Hier komen artikelen betreffende relatietherapie...

Informatieblad voor cliënten van In Relatie
Hechting en ontwikkeling

Met hechting tussen mensen wordt bedoeld dat deze zich emotioneel met elkaar verbonden voelen. Er is een duurzame gevoelsmatige band waarin veiligheid, geborgenheid en nabijheid belangrijk zijn. Iemand aan wie je gehecht bent is een vertrouwde persoon op wie je kunt terugvallen op momenten van nood of behoefte. Hechting begint vanaf de geboorte, wellicht al tijdens de zwangerschap.

Naast het ontwikkelen van een goede of veilige hechting (vertrouwen in de ander en zichzelf) staat een kind voor een aantal andere ontwikkelingstaken, die allemaal even belangrijk zijn. Om zich te leren herstellen en weer een toestand van evenwicht te vinden is van belang dat hij zich leert aanpassen. Om een ander te leren vertrouwen moet hij leren nabije verbindingen aan te gaan. Om onafhankelijkheid en individualiteit te kunnen ontwikkelen is het belangrijk dat hij zich kan afzonderen. Voor de ontwikkeling van een eigen identiteit is het zaak initiatief te leren nemen. Om zelfvertrouwen te kunnen ontwikkelen is het belangrijk bekwaamheden te kunnen ontwikkelen. Een te beperkte invulling van hechting, met het accent op de nabijheid, kan leiden tot binding (beklemmend gebonden) in plaats van verbondenheid. Verbondenheid heeft liefde als bijhorend gevoel. Binding is meestal gebaseerd op angst (voor verlies/verlating).

Als iemand zich “goed” ontwikkeld heeft beschikt hij over het vermogen te doen wat in een situatie het beste is, en niet alleen te doen waar hij zelf zin in of behoefte aan heeft. Om daartoe in staat te zijn heeft hij, bij het realiseren van doelen, geleerd om te gaan met moeilijkheden en hierover contact te maken met anderen. Op die manier is er een voldoende mate van frustratietolerantie (teleurstellingen kunnen dragen) en objectrelatie constantie (iemand anders of jij zelf kan vervelend gedrag vertonen zonder dat hij daardoor een slecht of onbetrouwbaar persoon wordt.

In al deze ontwikkelingstaken speelt de verhouding (relatie) met andere mensen een hoofdrol. Ontwikkelen gaat dus ook over het toe-eigenen van een ruim repertoire aan contactstijlen (manieren om contact te maken) die steeds gaan over afstand en nabijheid (confluentie); wat hoort bij mij, wat bij de ander (projectie); wat neem ik aan, wat wijs ik af (introjectie); waarvoor sluit ik me af en wat laat ik binnenkomen (deflectie); en wat houd ik in en waar kom ik mee naar buiten (Retroflectie) (zie ook Informatieblad Contactstijlen). Geen enkele contactstijl is op zich beter dan een andere. De situatie bepaalt welke het beste past. Door een grote(re) beweeglijkheid in manieren van contact maken kun je uit een gevoel van onmacht geraken.

In partnerrelaties tussen volwassen mensen komen de hechtingspatronen en contactstijlen uit de jeugd dikwijls weer boven, aangezien het hier om een vergelijkbare intimiteit en intensiteit gaat als tussen een kind en zijn/haar ouders. Wij vinden het belangrijk dat partners dit gaan herkennen opdat ze kunnen gaan kiezen of ze dit zo willen blijven doen of bereid zijn alsnog in ontwikkeling te gaan om tot een relatie te komen die meer bevrediging geeft. Bij dit soort ontwikkeling gaat het niet om het afleren van bepaalde manieren van contact maken (want deze hebben in het verleden waarschijnlijk hun nut bewezen, en doen dat misschien nog steeds, bijvoorbeeld op het werk). Wij richten ons op het uitbreiden van de mogelijkheden passend te antwoorden in situaties door nieuwe contactstijlen aan te leren. Hierdoor komen rust, vertrouwen, vrijheid en liefdevolle nabijheid weer binnen handbereik.

 

 

Informatieblad voor cliënten van In Relatie
Agressie en geweld.

Voor sommige mensen is agressie hetzelfde als geweld, en heeft het een (erg) negatieve lading. Wij behoren tot de groep die kiest voor een duidelijk onderscheid tussen beide termen.

Agressie komt uit het Latijn en heeft daar de betekenis van “ergens gericht op afgaan” en heeft daarmee feitelijk nog een neutrale betekenis. Of het als negatief of positief ervaren wordt als iemand agressief is, hang van de situatie af. Als je door iets bedreigd wordt (een hond, een tasjesdief) kan agressie heel goed helpen het gevaar af te wenden/weg te jagen. In allerlei dagelijkse handelingen zit vaak een gezonde portie agressie: bij honger ga je gericht op je eten af. Bij seksuele lust ga je gericht op je seksuele partner af. Daarnaast is agressie ook vaak een reactie op een bedreigende omstandigheid of een frustratie (niet krijgen waarop je gerekend/gehoopt had)
 Agressie is, zoals we dat in de Gestalt-benadering noemen, een manier van contact maken, een contactstijl. De tegenpool van agressie is bij ons retroflectie, wat het makkelijkst te omschrijven is als “je inhouden” . Iemand die retroflecteert gaat dus niet gericht het contact met de buitenwereld aan, maar buigt alles om in de richting van hemzelf. Hij houdt zich in, omdat hij bang is, omdat hij denkt dat dit zo hoort, omdat hij anderen niet wil kwetsen, omdat hij aardig gevonden wil worden. In bepaalde situaties is het handiger om je in te houden, in andere beter/effectiever om agressief te zijn. Als iemand alleen over agressie of alleen over retroflectie beschikken kan, dan maakt hem dit beperkt in zijn mogelijkheden om in contacten tot het beste, meest bevredigende te komen. Gestalttherapie gaat over het herstellen van de beweeglijkheid tussen de agressieve pool en de retroflectieve pool.
 Elk kind heeft het voor zijn ontwikkeling nodig om zich in agressie te kunnen oefenen. Het vergroot namelijk zijn mogelijkheden om voor zichzelf op te komen, de wereld in te kunnen trekken met een gevoel dat hij weerbaar is en het leven aankan. Groeien is ook leren opkomen voor jezelf en zorgen dat anderen je respecteren.
 Mannen hebben van nature (hormonaal, emotioneel) meer aanleg voor agressie. Vrouwen neigen meer naar de retroflectie, die kan uitmonden in een depressie of ziekte.
 Geweld is een actie die anderen verwondt (kwetst) of schade toebrengt of de bedoeling heeft dit te veroorzaken. Geweld en mishandeling liggen in betekenis dicht bij elkaar. Agressie hoeft lang niet altijd tot geweld te leiden: het kan eindigen in een gesprek of een ruzie. Soms is er ook sprake van geweld, zonder dat er (zichtbaar direct) agressie in het spel is: een ongeval, botsen van 2 belevingen.

Zowel bij geweld als bij agressie onderscheiden wij een aantal vormen waarin het zich kan tonen:
-Fysiek, lichamelijk: de meest gebruikelijke betekenis. Slaan, vechten, verkrachten.
-Emotioneel: bijvoorbeeld verwaarlozing, bedreiging, pesten, grove taal, schelden.
-Seksueel: intimidatie, opdringen; maar ook afwijzen, negeren, vernederen.
-Non verbaal: vroeg gaan slapen, zuchten, hard werken, veel weg zijn, geïrriteerd kijken.
-Actief: willen krijgen door er inderdaad letterlijk, actief, direct gericht op af te gaan.
-Passief: willen krijgen door te zwijgen,  te lijden, altruïsme, ziek of depressief te worden.

Bij agressie en geweld gaan wij steeds op zoek naar het onderliggende verlangen. Welke bedoeling heeft deze persoon met deze actie? Waarin wil deze mens of dit kind gerespecteerd worden? Waar komt ie voor op?